Belastingdienst stelt dat het certificaat geen verzekering is

In de Wet op het financieel toezicht (Wft) -die op 1 januari 2007- van kracht is geworden is een speciaal regime voor garantie- en/of waarborgfondsen opgenomen, indien en voor zover er bij die stichtingen sprake zou zijn van ‘verzekeren’.

In de Wft is voor het begrip ‘verzekeren’ aansluiting gezocht bij de definitie van het Burgerlijk Wetboek, i.c. artikel 7:944 jo 7:925. In geval van de bouwstichtingen heeft de Hoge Raad in het verleden al vastgesteld dat er -in ieder geval bij de bouwstichtingen- geen sprake is van ‘verzekeren’, zoals bedoeld in het toenmalige artikel 246 WvK.

De Belastingdienst heeft recentelijk deze constatering over genomen en -in weerwil van art 3:6 Wft- vastgesteld dat bouwstichtingen onderhevig zijn aan heffing van omzetbelasting.

Zou wel sprake zijn van een ‘verzekering’ dan is de vergunninghoudende verzekeraar verplicht om assurantiebelasting (21 %) in rekening te brengen en dat bedrag is voor de ondernemer kostenverhogend omdat deze belasting niet als voorheffing in mindering mag worden gebracht.

De Garantiewaarborg volgt de uitspraak van de Belastingdienst zodat de omzetbelasting (Btw) op de dienstverlening c.q. de kosten van het garantie- en waarborg certificaat voor de aannemer ‘voorheffing’ blijft en niet kostenverhogend is.

Lochem, 1 juli 2007