De Garantiewaarborg maakt vooreerst gebruik van de wettelijke vrijstellingsregeling

Eind 2005 heeft het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) een uitspraak gedaan over de status van het garantiecertificaat. Genoemde uitspraak heeft onder meer geleid tot de opheffing van het Garantie Instituut Woningbouw (GIW) en ook de Stichting Garantiewaarborg Nederland in Lochem heeft zich beraden hoe haar dienstverlening voor aannemers ten aanzien van het verstrekken van garantie- en waarborgcertificaten in stand kon blijven.

In de Wet op het financieel toezicht (Wft) die op 1 januari 2007 van kracht is geworden is een speciaal regime voor garantie- en/of waarborgfondsen opgenomen. In de praktijk is echter gebleken dat de toezichthouder een stichting als een ‘normale verzekeraar’ beschouwd. De vereenvoudigde regelgeving voor stichtingen -zoals destijds door de wetgever werd aangekondigd- blijkt in de praktijk niet door de toezichthouder te worden gehanteerd. Deze discrepantie is wederom onderwerp van reparatiewetgeving.

De Garantiewaarborg heeft aanpassing van de wetgeving niet afgewacht en zal vooreerst gebruik maken van de wettelijke vrijstellingsregeling zoals deze in de Wft is opgenomen. Daarmee blijft de totale dienstverlening en de verstrekking van gewaarborgde garantiecertificaten in stand edoch binnen de door de wetgever vrijgestelde grenzen.

Voor de aannemer betekent dat hij op eenvoudige wijze kan voorzien in certificering van het bouwplan en zijn opdrachtgever gewaarborgd is voor de nakoming van de bouw-/, oplevering- en garantieverplichtingen. In voorkomende gevallen kan door partijen gebruik worden gemaakt van een adequate geschillenregeling.

De toepassing van de certificering staat open voor aannemers, bouwbedrijven en projectontwikkelaars die voldoen aan gestelde criteria ten aanzien van vakbekwaamheid, deskundigheid en kredietwaardigheid die nieuwbouw woningen, -appartementen en bedrijfsgebouwen realiseren.

De Garantiewaarborg richt zich met name op de MKB- bouwbedrijven, de particuliere opdrachtgever en bouwcollectieven, hanteert het Bouwbesluit als acceptatiegrondslag waarbij een enkele woning op dezelfde wijze voor certificering wordt geaccepteerd als een project van meerdere eenheden.

De Garantiewaarborg is er van overtuigd met deze werkwijze de aannemer weer ‘keuzevrijheid’ te bieden die -na de opheffing van de Stichting Garantie Instituut Woningbouw (GIW)- de laatste jaren meer en meer tot een monopolistische activiteit was geworden.

Lochem, 1 januari 2009